Feiten en fabels over de herindeling van Doesburg
De discussie over de toekomst van Doesburg wordt fel gevoerd. Dat is begrijpelijk. Het gaat niet alleen over bestuur en financiën, maar ook over identiteit en gevoel. Juist daarom is het belangrijk om feiten en fabels van elkaar te scheiden.
Fabel: “De begroting is sluitend, dus er is geen probleem.”
De feiten
De begroting is met veel moeite sluitend gemaakt, maar tegen een hoge prijs.
- De afgelopen jaren moest stevig bezuinigd worden (meer dan €1.000.000,-)
- De lasten voor burgers zijn fors gestegen (ozb met 14,7%, rioolheffing met 25%)
- Het Stadhuis moest worden verkocht, zodat er geen onderhoudskosten meer zijn (jaarlijks €300.000,-).
- We hebben ingeteerd op onze financiële reserves.
- We gebruiken geld voor de opvang van Oekraïners om gaten in de begroting te dichten.
- Omdat we te weinig mens- en slagkracht hebben, worden veel projecten niet uitgevoerd. Dat geld blijft dan liggen, maar kunnen we niet aan iets anders uitgeven.
- Ondertussen is duidelijk dat Doesburg structureel ambtenaren tekort komt. Er is 18 fte extra nodig om alle taken uit te voeren. Dat betekent een structureel tekort van €2.000.000,-. Dit bedrag is niet in deze begroting meegenomen. De begroting lijkt dan wel sluitend, maar met deze begroting kan Doesburg dus niet doen wat het moet doen.
- In het kader van het bestuurlijk toezicht (mbt de uitvoering van bepaalde taken) krijgt Doesburg een negatieve beoordeling door de Provincie.
- Die €2.000.000,- die we extra nodig hebben krijgen we niet van het Rijk. Als we dat zelf moeten betalen, dan kost dat elk huishouden €360,- per jaar.
Ter toelichting:
Deel uit de Memo Stand van zaken interbestuurlijk toezicht (IBT)
Datum: 3-2-2026 -van het College van B&W Doesburg
Structurele capaciteitsopgave binnen de organisatie
Naast de inzet op de toezichtdossiers zoals hierboven beschreven, is het van belang om het bredere capaciteitsbeeld van de organisatie te betrekken. De toezichtbevindingen staan namelijk niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een bredere structurele kwetsbaarheid binnen meerdere domeinen van de gemeentelijke organisatie, waaronder:
Beheer openbare ruimte: circa 2,0 fte tekort;
Beleid Ruimtelijke Ordening: 1,5 tot 2,0 fte tekort;
Projectleiding Ruimtelijke Ordening: 1,0 fte tekort;
Publieksbureau: 1,0 fte tekort;
Serviceteam: 1,0 fte tekort voor regulier onderhoud;
Sociaal domein: 1,0 fte tekort (Wmo-consulent);
P&O: 1,0 fte tekort aan strategisch advies;
Financiën: 0,7 fte tekort voor rechtmatigheid + 1,0 fte financieel adviseur;
Juridische zaken: 0,7 fte tekort vanwege toename van bezwaar- en beroepsprocedures;
Beleidsmedewerker economie: 1,0 fte ontbreekt;
Beleidsmedewerker erfgoed: 1,0 fte ontbreekt;
Wet open overheid (Woo): 0,7 fte tekort;
DIV: 0,5 fte tekort;
Real Time Traffic Information Services (RTTI): 0,5 fte tekort;
Privacy/ opvolging toezicht AP: circa 1,0 fte tekort.
Gezamenlijk laten deze cijfers zien dat binnen de organisatie sprake is van een structureel capaciteitstekort van circa 18 fte, verdeeld over meerdere domeinen zoals informatievoorziening, openbare ruimte, het fysieke en sociale domein, bedrijfsvoering en ondersteuning. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om incidentele knelpunten, maar om een breed en samenhangend tekort dat direct doorwerkt in uitvoeringskracht, kwaliteitsborging en het kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen.
Een volledige en structurele invulling van dit tekort zou, uitgaande van gemiddelde loonkosten, leiden tot een structurele extra last van circa € 1,8 miljoen per jaar. Dit betreft uitsluitend loonkosten en omvat niet de aanvullende uitvoeringskosten. Het bedrag staat ook niet in verhouding tot de financiële ruimte van de gemeente Doesburg en is binnen de huidige begroting niet realistisch op te vangen. Dit benadrukt dat het vraagstuk niet uitsluitend organisatorisch van aard is, maar ook een fundamentele financiële en bestuurlijke opgave vormt.
Tegen deze achtergrond is het onvermijdelijk dat scherpe keuzes worden gemaakt in prioritering en tempo. De gemeente richt zich daarom op het voldoen aan wettelijke basisverplichtingen en het beheersen van de grootste maatschappelijke en juridische risico’s, en voert verbetermaatregelen gefaseerd en realistisch door.
In lijn met deze aanpak wordt tegelijkertijd actief ingezet op samenwerking met andere gemeenten. Zo werkt Doesburg al samen met Zevenaar, onder meer door de gezamenlijke inzet van een functionaris gegevensbescherming en een AOV’er. Daarnaast worden nieuwe taken in samenwerking met Zevenaar en 1Stroom opgepakt. Op het beleidsterrein Werk & Inkomen (Participatiewet) wordt toegewerkt naar gezamenlijke beleidsontwikkeling. Deze samenwerkingen dragen bij aan het versterken van de uitvoeringskracht, het delen van expertise en het toekomstbestendig organiseren van taken, binnen de beschikbare capaciteit.
Fabel: “Er zijn geen vacatures, dus we hebben genoeg personeel.”
De feiten
- Er zijn geen vacatures, omdat er nauwelijks tot geen geld is om mensen aan te nemen en omdat goed personeel schaars is.
- Doesburg moet met minder mensen méér doen. Veel taken worden op het minimale niveau uitgevoerd Beleidsontwikkeling blijft liggen, zoals het maken van een Omgevingsvisie. De druk op medewerkers is hoog, net als het ziekteverzuim. De Ondernemingsraad heeft hiervoor al vaker aandacht gevraagd en wil dat de situatie veranderd.
Fabel: “Meer samenwerken is een beter alternatief dan fuseren.”
De feiten
- Doesburg werkt al intensief samen. De gemeente participeert in tientallen regionale samenwerkingsverbanden. De meesten in de regio Arnhem-Nijmegen, maar ook met Doetinchem, de Achterhoek en Rheden.
- Op veel terreinen wordt beleid dus elders voorbereid en/of uitgevoerd.
- Samenwerken betekent niet dat een andere gemeente het werk voor je doet. Doesburg is vaak zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en natuurlijk voor haar eigen inbreng bij een overleg.
- Probleem is dat Doesburg te weinig ambtenaren heeft om naar al die overleggen te gaan. Dat betekent dat daar dingen worden besloten waar Doesburg niet bij is.
- Nog meer samenwerken betekent vaak ook meer inkopen bij andere gemeenten. Dat kost geld. Niemand stelt gratis 18 ambtenaren ter beschikking om ons werk uit te voeren.
- Meer of slimmer samenwerken lost het fundamentele probleem niet op: we hebben gewoon te weinig geld en te weinig ambtenaren.
Fabel: “Fusie is een keuze van zwakte.”
De feiten
- Fusies tussen gemeenten zijn in heel Nederland een structurele ontwikkeling. In de afgelopen decennia is het aantal gemeenten sterk afgenomen: van 537 in het jaar 2000 naar 342 in 2025.
- Gemeenten hebben steeds meer taken gekregen (zoals jeugdzorg, WMO, Omgevingswet en ICT), terwijl we er minder geld voor krijgen. Vooral kleine gemeenten worstelen met bestuurskracht, specialistische kennis en financiële ruimte.
- Doesburg behoort nu tot de kleinste 30 gemeenten van Nederland.
- Moeten fuseren is dan ook geen blijk van zwakte. Het is een realistische keuze, de beste die we kunnen maken in deze omstandigheden.
Fabel: “Bij een fusie verdwijnt onze identiteit.”
De feiten
- Identiteit zit in mensen, niet in organisatiegrenzen. Doesburg blijft Doesburg. Onze geschiedenis, verenigingen, feesten en cultuur verdwijnen niet door een bestuurlijke herindeling. Ook na een fusie blijven inwoners naar dezelfde winkels, scholen, sportverenigingen en evenementen gaan. Wat verandert is de bestuurlijke schaal. Niet wie wij zijn.
- Ook bij fusies van andere gemeenten zien we dat dorpen en steden hun eigen feesten en tradities in stand houden. Kijk naar buurgemeente Bronckhorst, waar de tientallen kernen dat doen, bijvoorbeeld met carnaval of de kermis in Drempt. Een fusie hoeft dus niet tot identiteitsverlies te leiden. In Bronckhorst en andere dorpen gebeurde het tegenovergestelde.
Fabel: “We houden meer grip op onze belastingen als we zelfstandig blijven.”
De feiten
- Het feit dat we een structureel tekort hebben, maakt dat er een blijvende druk is op de gemeentelijke belastingen en heffingen. Dat is namelijk de knop waar de gemeente zelf aan kan draaien om meer inkomsten te krijgen.
- De woonlasten zijn in Doesburg in vergelijking met omliggende gemeenten relatief hoog en stijgen sneller. Voorbeeld: In 2025 stegen de woonlasten (ozb) in Doesburg met ruim 12%. In 2026 bleef de stijging van de ozb beperkt tot 2,7%, maar de heffingen voor afvalstoffen stegen met 7,5% en voor de rioleringen met 25%.
- Hoe langer we zelfstandig blijven, des te meer de inwoners bij moeten dragen om nieuwe tekorten te voorkomen en voorzieningen in stand te houden
Fabel: “Zonder fusie behoudt Doesburg voorzieningen zoals sporthal ook wel.”
De feiten
- Een zelfstandig Doesburg moet juist moeilijke en scherpere keuzes maken om de begroting rond te krijgen.
- Het hebben en onderhouden van een sporthal, een zwembad of een buurthuis is niet de belangrijkste taak van de gemeente. Het is ook geen wettelijke taak. Grote investeringen, zoals een nieuwe sporthal, zijn juist lastig voor Doesburg. Want andere taken, zoals onderhoud aan wegen of scholen gaan voor. Dat staat zo in de wet.
- De herindeling biedt juist wèl een kans om de sporthal te behouden. Want we kunnen wellicht gebruik maken van de ‘investeringsagenda’ bij de herindeling. En we hebben een goed argument: Doesburg ligt ver weg van de andere gemeenten, maar heeft wel ruim 11.000 inwoners. Die kunnen niet allemaal naar Zevenaar, duiven of Westervoort om te sporten. Kortom bij de herindeling hoort geld voor lokale investeringen.
De kernvraag
Willen we een volwaardige gemeente blijven die haar taken professioneel uitvoert? Of accepteren we dat we steeds meer een minimale beheersorganisatie worden, steeds afhankelijker van anderen? En uiteindelijk waarschijnlijk toch gedwongen worden te fuseren.
Herindeling is geen doel op zich. Het is een middel om bestuurlijke kwaliteit, financiële stabiliteit en toekomstbestendigheid te waarborgen. Het is een middel om inwoners de service te kunnen bieden waar zij voor in een gemeente wonen. De discussie verdient emotie – maar ook eerlijkheid over de feiten.
Fabel: “De gemeente komt verder van de inwoners af te staan.”
De feiten
- Het klopt natuurlijk dat straks het stadhuis niet meer in Doesburg staat. De kleinschaligheid van Doesburg verandert wat dat betreft.
- En het klopt dat in het algemeen bij herindelingen het bestuur verder van de inwoner komt te staan en dat er inzet en maatregelen om die afstand zo klein mogelijk te maken.
- Maar afstand is ook een kwestie van organisatie, niet alleen van grootte. Een grotere gemeente kan lokale loketten behouden, waar je terecht kan voor je paspoort of rijbewijs. De gemeente kan lokale sociale teams in stand houden en voor Doesburg (en de andere fusiepartners ) werken met een stadsraad. Veel grote gemeenten organiseren wijkgericht of dorps/stadsgericht bestuur.
- De echte vraag is: wat heb je liever? Een kleine gemeente die taken niet goed kan uitvoeren en waar de voorzieningen zullen verdwijnen? Of een grotere gemeente die professioneel en toekomstbestendig is, en lokaal maatwerk organiseert?
Fabel: “We kunnen nog wel even zelfstandig blijven.”
Feit
Uitstel maakt onze positie juist zwakker. In de jaren negentig stond Doesburg onder toezicht. Dankzij ingrijpende maatregelen en eenmalige meevallers (zoals de verkoop van NUON-aandelen) kon de gemeente schulden aflossen en reserves opbouwen. Maar die reserves zijn geen blijvende oplossing. De afgelopen jaren is opnieuw meer uitgegeven dan gespaard. De structurele druk neemt toe. Wachten betekent dat anderen uiteindelijk bepalen hoe en met wie Doesburg fuseert. Zelf regie nemen is verstandiger dan straks moeten tekenen bij het kruisje.
Fabel: “Fuseren kost Doesburg geld.
De feiten
Fuseren kost inderdaad geld, wat door de Provincie en het Rijk betaald wordt.
- Natuurlijk kost het bedenken, onderzoeken en besluiten dat Doesburg met andere gemeentes wil fuseren geld en menskracht. De Provincie Gelderland heeft al vanaf 2021 hiervoor middelen ter beschikking gesteld.
- En nu alle vier de gemeentes het principebesluit hebben genomen gaat er een traject lopen volgens de Wet Arhi (algemene Regels Herindeling). De zogenaamde frictiekosten, de kosten die een verandering met zich meebrengt, komen niet voor rekening van Doesburg. Zie Beleidskader gemeentelijke herindeling.
- En daarnaast komt er ook een investeringsagenda voor de nieuwe gemeente waar een aantal wensen van de fuserende gemeenten mee betaald kunnen worden, bijvoorbeeld de nieuwe sporthal.
Fabel: “Een grote gemeente is niet goedkoper.”
De feiten
Deze fusie wordt niet gedaan om goedkoper uit te zijn, maar om meer taken uit te kunnen voeren. Taken die we niet uitvoeren, maar wel moeten doen.
- Een grote gemeente heeft in verhouding niet meer middelen dan een kleine. De verwachting is dat de Liemerse gemeente 1.000 medewerkers (750 fte) groot wordt en een begroting van 450 miljoen euro heeft.
- Een grote gemeente kan efficiënter werken en kan meer ingewikkelde vraagstukken behandelen, zoals de invoering van de Omgevingswet.
- Een grote gemeente is een aantrekkelijkere werkgever. Zij kan werknemers meer mogelijkheden bieden om te specialiseren, om door te groeien en meer te verdienen.
Fabel: “De situatie nu is totaal anders dan vroeger.”
De Feiten
De discussie over de toekomst van Doesburg loopt al ruim twintig jaar en is meerdere keren onafhankelijk onderzocht. Het is niet één rapport of één politieke voorkeur. Alleen al in de laatste vijf jaar verschenen er vier rapporten.
- Berenschot concludeerde in 2021 dat ambities niet haalbaar zijn zonder intensieve samenwerking en versterking van bestuurskracht. Zie Toekomstvisie Doesburg.
- TwynstaGudde gaf in 2023 aan dat een gastheermodel niet een oplossing is voor de lange termijn en fusie onvermijdelijk is.
- Necker stelde in 2024 op verzoek van de raad vast dat bestuurskracht kwetsbaar is en Doesburg onvoldoende is toegerust en structureel te weinig schaal heeft.
- BMC stelde in 2024 dat een fusie met Liemerse gemeenten bestuurlijk en financieel het meest logisch en haalbaar is.
- Verschillende bureaus, in verschillende jaren maar met eenzelfde conclusie. De situatie is dus niet plotseling veranderd, maar signalen worden wel steeds urgenter.
Fabel: “Er is nooit serieus onderzocht of een fusie met Rheden of Bronkhorst haalbaar zou zijn”
De feiten
Er zijn gesprekken geweest, er is onderzoek gedaan en er moet bereidheid zijn van alle partijen.
- Er is een vergelijkend onderzoek gedaan naar de verschillen en overeenkomsten met de omliggende gemeentes, Rheden, Bronckhorst, Zevenaar, Duiven en Westervoort. Zie overzicht informatie uitvraag gemeenten.
- En er zijn gesprekken gevoerd door leden van het College met Rheden en Bronckhorst. Zie Uitkomsten bestuurlijke gesprekken buurgemeenten en Verslagen Doetinchem, Zutphen, Brummen.
- Uit de gesprekken met Bronckhorst kwam naar voren dat Bronckhorst openstond voor een lichte fusie, dwz dat Doesburg ‘in kon schuiven bij Bronckhorst’. Dus geen gelijkwaardig traject van samengaan. Bovendien bleek dat Bronckhorst zelf oordeelde dat het een heel ander karakter heeft dan Doesburg, meer een buitengebied-gemeente met 43 kernen en noaberschap, dan stads met grotestadsproblematiek. De gemeenteraad van Bronckhorst heeft besloten om niet verder in gesprek te gaan met Doesburg over een samengaan.
- Rheden was eind 2024 / begin 2025 nog niet toe aan een fusie en wilde zich daar zelf eerst beter op voorbereiden. Doesburg had/heeft deze tijd niet gezien de financiele en organisatorische druk.
Fabel: “Inwoners hebben niet mee kunnen praten over wel of niet fuseren en met wie”
De feiten
Feit: Inwoners hebben in het voortraject hun mening kunnen geven via een enquete, door deelname aan de BurgerAdviesRaad en via de democratisch gekozen partijen
- Al sinds 2005 toen de fusie met Keppel, Hummelo, Steenderen en Angerlo niet door ging is het gesprek over de zelfstandigheid van Doesburg in meerdere en mindere mate gevoerd. Tussen politieke partijen, in het bestuur, maar ook op straat tussen de inwoners.
- In de aanloop naar het principebesluit van juni 2025 om wel of niet te gaan fuseren met andere gemeentes is gedurende vijf jaar onderzoek gedaan op welke manier Doesburg het hoofd boven water kon en kan houden. In de kleine gemeenschap van Doesburg is deze discussie niet geruisloos voorbij gegaan; inwoners hebben ook via hun politieke achterban hun stem laten horen.
- En in 2024 is er een BurgeradviesRaad gehouden waarin een afspiegeling van de Doesburgse bevolking over verschillende aspecten van de fusie hebben gesproken. Hun aanbevelingen zijn (en worden) meegenomen in het verdere traject.
- Daarnaast is er een enquete gehouden, een inwonersconsultatie.
- Voor veel inwoners lijkt het onderwerp herindeling een emotioneel beladen onderwerp, waar het hart op de voorgrond staat. Voor weer andere inwoners is deze verbondenheid met Doesburg als zelfstandige gemeente, minder. Voor hen maakt het niet uit, als hun leefomgeving en de voorzieningen maar op peil zijn en blijven. Inwoners hebben hun voorkeuren en meningen tot uiting kunnen brengen. Voor de democratisch gekozen Raadsleden en het bestuur tellen alle belangen mee. Daar is in juni 2025 door de meerderheid in principe een keuze voor de Liemers gemaakt vanwege de beste uitgangspositie voor Doesburg en de beste kansen. En nu begint het proces van herontwerp (hoe gaat de nieuwe gemeente er uit zien) waarbij participatie en draagvlak onder de inwoners een belangrijk onderwerp is.